Functie abs
De functie abs retourneert de absolute waarde van een getal,
d.w.z. het maakt van een negatief getal een
positief getal.
Syntaxis
abs(getal)
Voorbeeld
Laten we de absolute waarde van het getal -5 uitvoeren:
num = -5
print(abs(num))
Resultaat van de code-uitvoering:
5
Voorbeeld
Laten we de absolute waarde van het getal 10 uitvoeren:
num = 10
print(abs(num))
Resultaat van de code-uitvoering:
10
Voorbeeld
Laten we nu de absolute waarde van een
drijvende-kommagetal -2.5 uitvoeren:
num = -2.5
print(abs(num))
Resultaat van de code-uitvoering:
2.5