Functie round
De functie round rondt een
drijvende-kommagetal, opgegeven in de eerste
parameter, af naar het dichtstbijzijnde gehele
getal volgens de regels van wiskundig afronden. In
de tweede optionele parameter van de functie
kan worden aangegeven hoeveel cijfers er in het
breukdeel moeten blijven staan.
Syntaxis
round(getal, [cijfers in breukdeel])
Voorbeeld
Laten we het getal 3.458 afronden naar een geheel getal:
print(round(3.458))
Resultaat van de code-uitvoering:
3
Voorbeeld
Laten we het getal 3.6771 afronden naar een geheel getal:
print(round(3.6771))
Resultaat van de code-uitvoering:
4
Voorbeeld
Laten we nu een getal afronden op twee cijfers na de komma:
print(round(3.458, 2))
Resultaat van de code-uitvoering:
3.68
Voorbeeld
Laten we een negatief getal afronden op drie cijfers na de komma:
print(round(-1.4567, 3))
Resultaat van de code-uitvoering:
-1.457