Virtuele omgeving in Python
Bij het ontwikkelen van meerdere applicaties in één Python-systeem kan er een conflict ontstaan van verschillende versies van bibliotheken. Bijvoorbeeld, de ene applicatie is geschreven in een eerdere versie, terwijl voor de tweede de meest recente versie vereist is.
Om dit soort problemen op te lossen, heeft Python een speciale virtuele omgeving. Hiermee kan elke applicatie met zijn eigen set bibliotheekversies in aparte projecten worden uitgevoerd. Hierbij hebben de versies en afhankelijkheden van het ene project geen invloed op de afhankelijkheden van het andere.
Voor het creëren van een virtuele omgeving worden speciale utilities gebruikt. De meest populaire op dit moment is venv.
In het besturingssysteem Windows is venv standaard geïnstalleerd, maar in Linux ontbreekt het. Daarom, als je Linux gebruikt, moet je voor verder werk de volgende opdracht uitvoeren:
sudo apt install -y python3-venv