⊗pyPmCdOTCh 144 of 208 menu

Het controleren van het type object in Python

Om het type van een element te controleren, moet je de functie isinstance toepassen. Het neemt als eerste parameter het element, en als tweede - het type waartegen het wordt gecontroleerd. Hierbij worden voor de naam van de tweede parameter de namen van functies genomen die gegevens omzetten naar het corresponderende type: voor strings - str, getallen - int, lijsten - list enz. De functie isinstance retourneert booleaanse waarden: als het element overeenkomt met het type, dan wordt True geretourneerd, in het tegenovergestelde geval - False.

Voorbeeld

Stel we hebben een variabele tst. Laten we controleren of de waarde ervan een string is. Schrijf hiervoor rechts van if de functie isinstance. In haar parameters geven we tst en het type str door. Als de waarde en het gegevenstype overeenkomen, laat dan de corresponderende melding verschijnen:

tst = 'a' if isinstance(tst, str): print('string')

Resultaat van het uitvoeren van de code:

'string'

Voorbeeld

Laten we nu controleren of de variabele een geheel getal is:

tst = 12 if isinstance(tst, int): print('integer')

Resultaat van het uitvoeren van de code:

'integer'

Voorbeeld

Om te controleren of tst een floating point getal is, moet in de tweede parameter van isinstance het type float worden doorgegeven:

tst = 12.0 if isinstance(tst, float): print('float')

Resultaat van het uitvoeren van de code:

'float'

Voorbeeld

Laten we nu een voorwaarde schrijven om tst op een lijst te controleren:

tst = [1, 2, 3] if isinstance(tst, list): print('list')

Resultaat van het uitvoeren van de code:

'list'

Voorbeeld

Laten we controleren of de variabele een tuple is:

tst = (1, 2, 3) if isinstance(tst, tuple): print('tuple')

Resultaat van het uitvoeren van de code:

'tuple'

Voorbeeld

Laten we nu een voorwaarde instellen om te weten te komen, of de waarde van de variabele een woordenboek is:

tst = {'a': 1, 'b': 2, 'c': 3} if isinstance(tst, dict): print('dictionary')

Resultaat van het uitvoeren van de code:

'dictionary'

Praktische opdrachten

Stel je hebt een variabele. Controleer of haar waarde een geheel getal is.

Kom te weten of de opgegeven variabele een floating point getal is.

Controleer of de variabele een stringwaarde bevat.

Controleer of de opgegeven variabele een woordenboek is.

Controleer of de opgegeven variabele een set is.

Controleer of de opgegeven variabele een tuple is.

Controleer of de opgegeven variabele een lijst is.

Nederlands
AfrikaansAzərbaycanБългарскиবাংলাБеларускаяČeštinaDanskDeutschΕλληνικάEnglishEspañolEestiSuomiFrançaisहिन्दीMagyarՀայերենIndonesiaItaliano日本語ქართულიҚазақ한국어КыргызчаLietuviųLatviešuМакедонскиMelayuမြန်မာNorskPolskiPortuguêsRomânăРусскийසිංහලSlovenčinaSlovenščinaShqipСрпскиSrpskiSvenskaKiswahiliТоҷикӣไทยTürkmenTürkçeЎзбекOʻzbekTiếng Việt
Wij gebruiken cookies voor de werking van de site, analyse en personalisatie. De verwerking van gegevens gebeurt volgens het Privacybeleid.
alles accepteren aanpassen weigeren