Strings samenvoegen in Python
Voor het samenvoegen (concatenatie) van strings
wordt de operator + gebruikt:
test = 'abc' + 'def' # voeg twee strings samen
print(test) # geeft 'abcdef' weer
Strings kunnen ook in variabelen worden opgeslagen:
test1 = 'abc'
test2 = 'def'
test3 = test1 + test2 # voeg twee strings samen
print(test3) # geeft 'abcdef' weer
Het is ook mogelijk om variabelen en strings samen te voegen:
test1 = 'abc'
test2 = 'def'
test3 = test1 + '!!!' + test2
print(test3)
Gegeven zijn twee strings:
txt1 = 'abc'
txt2 = 'def'
Voeg deze strings samen tot één nieuwe string en geef deze weer op het scherm.
Gegeven zijn de volgende strings:
txt1 = '12'
txt2 = '+'
txt3 = '5'
txt4 = '17'
Voeg deze strings samen tot één nieuwe string en geef deze weer op het scherm.
Pas de oplossing van de vorige opdracht zo aan,
dat tussen de derde en vierde string
de operator = staat.