Niveau 1.3 C++ Werkboek
Leg uit wat het verschil is
tussen type short en type int.
Print alle gehele getallen
van 1 tot 100 naar de console.
Gegeven een string. Als deze string meer dan één teken bevat, print dan het voorlaatste teken van deze string naar de console.
Gegeven een geheel getal. Controleer of het eerste en het laatste cijfer van dit getal overeenkomen.
Gegeven twee gehele getallen:
int num1 = 36;
int num2 = 12;
Print het grootste van deze getallen naar de console.
Gegeven een string die een geheel getal bevat:
std::string str = "123";
Converteer deze string naar een getal:
unsigned int 123
Gegeven een geheel getal dat
een maandnummer van 1 tot 12 bevat:
unsigned int num = 1;
Bepaal in welk seizoen deze maand valt.